
Februari 1983. De winter hield Apeldoorn stevig in zijn greep. Overdag leek het nog mee te vallen, maar schijn bedroog. Het was een dag waarop de temperatuur nauwelijks boven het vriespunt uitkwam en in de ochtend zelfs diep onder nul zakte.
Voor de 71-jarige Evert Woudenberg begon het als een gewone wandeling door Berg en Bos. Een vertrouwde plek, waar hij vaker kwam om even tot rust te komen. Niets wees erop dat deze dag zou eindigen in een van de meest bijzondere nachten die hij ooit heeft gekend.
Een koude dag die verraderlijk bleek
De cijfers spreken voor zich. De gemiddelde temperatuur lag rond de -3,4 graden. In de ochtend daalde het kwik tot ongeveer -5,9 graden. Zelfs het warmste moment van de dag kwam niet verder dan -0,8 graden.
Het was dus de hele dag al ijzig koud. En toen de zon onderging, werd het alleen maar kouder.
Ingesloten in het park
Toen Evert na zijn wandeling het park wilde verlaten, ontdekte hij dat de koude hekken al gesloten waren. Hij zat vast. Geen uitweg, geen verlichting, geen hulp.
Voor een man van zijn leeftijd was over het hek klimmen geen optie. De realiteit drong snel door. Hij zou de nacht moeten doorbrengen in het park.
Blijven bewegen om te overleven
Met temperaturen ver onder nul werd stilzitten gevaarlijk. Evert besloot maar te lopen. Urenlang. Rondjes door het donkere park, heen en weer over dezelfde paden.
De kou moet snijdend zijn geweest. Bij temperaturen rond de -5 graden, zonder beschutting, koelt een lichaam snel af. Zijn enige kans was in beweging blijven. Veertien uur lang hield hij dat vol.
Een bevroren ochtend
Toen de ochtend eindelijk aanbrak, werd hij gevonden door een passerende bakkersknecht. Het beeld was indrukwekkend. Aan zijn broekspijpen hingen ijskegels, gevormd door condens en bevroren vocht.
Evert Woudenberg overleefde die nacht niet door geluk, maar door doorzettingsvermogen. Door te blijven lopen en niet op te geven. Later kon Evert er zelfs hartelijk om lachen. Zijn avontuur haalde zelfs de krant.




