Keimpe Koopmans in discussie met zijn chef
Keimpe Koopmans werd geboren in Friesland in een tijd waarin kranten nog met loodletters werden gezet en het verzamelen van nieuws vooral bestond uit praten, luisteren en doorvragen. Het was een wereld zonder internet, zonder mobiele telefoons en zonder snelle persbureaus. Journalisten trokken eropuit, spraken met mensen en schreven hun verhalen met de hand of op een ratelende typemachine.
Over zijn jeugd en opleiding is weinig met zekerheid bekend. Wat wel duidelijk is, is dat hij al vroeg een scherp gevoel voor taal en feiten ontwikkelde. Hij kon details onthouden waar anderen overheen keken en had een vasthoudend karakter dat later zijn handelsmerk zou worden. Die eigenschappen brachten hem na de Tweede Wereldoorlog in de journalistiek.
Hij begon zijn loopbaan bij Het Vrije Volk. Daar leerde hij het vak in een tijd waarin kranten vaak een duidelijke politieke kleur hadden. Toch begon Koopmans al snel zijn eigen ideeën te vormen over journalistiek. Voor hem draaide het niet alleen om meningen, maar vooral om feiten. Een verhaal moest kloppen, en wie iets opschreef moest het kunnen bewijzen.
De Amersfoortse Courant
In 1953 kwam een belangrijke wending in zijn carrière. Op verzoek van directeur Wolf van drukkerij Onnes werd Koopmans benoemd tot chef-redacteur van de Amersfoortse Courant en het Veluws Dagblad. Die kranten werden samen vaak aangeduid als AC VD.
Hij was toen nog een relatief jonge man, maar maakte al snel indruk door zijn kennis en zijn scherpe redactionele inzicht. Veertien jaar later, in 1967, werd hij hoofdredacteur. Die functie zou hij bijna twee decennia vervullen.
Onder zijn leiding groeide de krant uit tot een stevige regionale speler. De oplage steeg naar ongeveer veertigduizend abonnees en de krant werd een belangrijke stem in de regio. In een tijd waarin lokale kranten een grote invloed hadden op het publieke debat, betekende dat veel.
Koopmans was een hoofdredacteur van de oude school. Hij bepaalde grotendeels zelf de koers van de krant. Iedere ochtend begon hij vroeg met het doornemen van alle binnengekomen berichten. Niets ontging hem. Journalisten wisten dat wanneer zij een verhaal indienden, Koopmans vaak al precies wist waar het over ging.
Bijna dagelijks schreef hij ook het bekende driesterrencommentaar. Dat was het opiniestuk waarin de krant haar standpunt gaf over belangrijke kwesties. Zijn stijl was scherp, goed onderbouwd en vaak onverzettelijk.
Wie hem wilde tegenspreken, moest zijn feiten op orde hebben. Koopmans had een bijna encyclopedische kennis en stond erom bekend dat hij details uit het hoofd kon citeren.
Streng maar nieuwsgierig
Hoewel hij soms autoritair kon overkomen, was hij geen man die alleen ja-knikkers om zich heen wilde hebben. Hij hield juist van discussie. Journalisten op de redactie kregen ruimte om hun eigen onderwerpen te kiezen en hun eigen stijl te ontwikkelen.
Dat was opvallend in een tijd waarin hoofdredacteuren vaak een zeer strakke controle hielden over hun redacties.
Onder zijn leiding experimenteerde de krant ook met nieuwe vormen. Zo kreeg fotografie meer ruimte, vooral in de weekendbijlage. Fotografen zoals Brand Overeem maakten portretpagina’s die destijds vernieuwend waren voor een regionale krant.
Ook buiten de krant liet Koopmans zich horen. Hij werd landelijk bekend door zijn deelname aan het radioprogramma TROS Journalistenforum. In dat programma discussieerden journalisten over politiek en actualiteit.
Vooral zijn debatten met de communistische journalist Wim Klinkenberg waren fel. Luisteraars herinnerden zich vooral de scherpe woordwisselingen en de humor waarmee beide mannen elkaar probeerden te overtroeven.
Boerenslim en strategisch
In Amersfoort hoorde Koopmans al snel bij de lokale notabelen. Hij was onder meer lid van de Rotary Club. Sommige redacteuren vonden dat een journalist daar eigenlijk niet thuishoorde. Koopmans dacht daar anders over.
Voor hem waren zulke netwerken juist waardevolle bronnen van informatie. In gesprekken tijdens diners of bijeenkomsten hoorde hij vaak dingen die later nieuws konden worden.
Hij stond ook bekend als een strategisch denker. Toen uitgeverij Wegener de krant overnam, wist hij te bedingen dat de redactie zelf haar persdienst mocht kiezen. Daarmee behield de krant een belangrijke mate van onafhankelijkheid. Die slimme manier van onderhandelen leverde hem de bijnaam boerenslim op.
Een nieuwe uitdaging in Apeldoorn
In 1985 begon voor Koopmans een nieuw hoofdstuk. Hij werd hoofdredacteur van de Nieuwe Apeldoornse Courant, de NAC. Dat blad had op dat moment het imago van een bescheiden lokaal krantje.
Koopmans zag echter mogelijkheden. Met zijn ervaring en zijn sterke redactionele visie wist hij de krant te veranderen in een volwaardig dagblad. Het nieuws werd breder, de berichtgeving professioneler en de krant kreeg meer invloed in de regio.
Tot aan zijn pensioen bleef hij in Apeldoorn aan als hoofdredacteur. Zijn opvolger, Henk Visser, werd door hemzelf naar voren geschoven.
De man achter de hoofdredacteur
Over zijn privéleven vertelde Koopmans weinig. Hij was geen man van grote emoties en stond niet bekend als iemand die makkelijk over zichzelf sprak. Op de redactie werd hij vaak gezien als afstandelijk en zakelijk.
Toch waren er momenten waarop die façade even brak.
Toen hij na veertig jaar journalistiek werd gehuldigd, kreeg hij een cadeau van collega’s. Op dat moment barstte hij onverwacht in tranen uit. Niet omdat hij ontroerd was door het geschenk, zei hij later, maar omdat hij zich zorgen maakte over de toestand van de wereld. Vooral Israël lag hem na aan het hart.
Na het overlijden van zijn vrouw veranderde hij zichtbaar. De zelfverzekerde hoofdredacteur werd stiller en kwetsbaarder. In gesprekken sprak hij toen vaker over zijn verleden, over zijn rol in het verzet tijdens de oorlog en over zijn familie. Over zijn kleinkinderen vertelde hij met trots.
De laatste jaren
In zijn laatste levensfase trok Koopmans zich steeds verder terug uit het publieke leven. De journalistiek waar hij zo lang deel van had uitgemaakt, veranderde snel. Nieuwe generaties namen het over en de krantenwereld werd steeds commerciëler.
Zijn eigen krant volgde hij nog maar weinig. Hij vond de inhoud niet meer wat het geweest was en weigerde zelfs een abonnement te nemen. Bekenden merkten dat hij eenzamer werd.
Toch bleef zijn naam rondzingen in journalistieke kringen. Voor veel oud-collega’s bleef hij simpelweg meneer Koopmans. De hoofdredacteur die een krant niet alleen leidde, maar haar ook een karakter gaf.
Hij behoorde tot een generatie journalisten die geloofde dat een krant meer was dan papier met nieuws. Het was een stem, een kompas en soms zelfs een geweten van de regio.
En precies dat maakte Keimpe Koopmans tot een van de markante figuren uit de geschiedenis van de regionale journalistiek.


