Hans Rauter na de onbedoelde aanslag
In de laatste weken van de Tweede Wereldoorlog hing er een gespannen stilte over de Veluwe. Het front naderde langzaam vanuit het zuiden en oosten, maar voor Nederland leek de bevrijding nog ver weg. Het was begin maart 1945. De hongerwinter woedde nog altijd. Het Duitse gezag hield het land in een ijzeren greep en verzetsgroepen probeerden in het geheim de bezetter te dwarsbomen.
Op een donkere plek langs de weg tussen Arnhem en Apeldoorn, bij een gehucht dat bekendstond als Woeste Hoeve, zou in de nacht van 6 op 7 maart een gebeurtenis plaatsvinden die het lot van honderden mensen zou bepalen.
Een gevreesde man
De naam Hanns Albin Rauter boezemde in bezet Nederland angst in. De lange Oostenrijker, geboren in 1895, had een indrukwekkend en tegelijk sinister carrièrepad doorlopen. In de Eerste Wereldoorlog diende hij als officier in het Oostenrijkse leger. Na de oorlog sloot hij zich aan bij nationaalsocialistische organisaties en werd hij een fanatiek aanhanger van Adolf Hitler.
Toen Nederland in mei 1940 werd bezet, kreeg Rauter een sleutelpositie. Hij werd benoemd tot Höhere SS- und Polizeiführer in den Niederlanden, de hoogste SS- en politiechef in het land. Onder zijn gezag vielen de Ordnungspolizei, de Sicherheitspolizei, de Sicherheitsdienst en zelfs de Nederlandse politie.
Zijn handtekening stond onder talloze aankondigingen van executies. Wanneer er sabotage- of verzetsdaden plaatsvonden, volgden vaak represailles waarbij gijzelaars werden doodgeschoten. In de ogen van veel Nederlanders was Rauter de verpersoonlijking van de Duitse terreur.
Een plan uit nood geboren
Terwijl Rauter zijn macht uitoefende vanuit het Duitse bestuursapparaat, probeerden verzetsgroepen in Nederland steeds actiever te worden. Naarmate de oorlog zijn einde naderde, nam ook de behoefte aan wapens, voedsel en transportmiddelen toe.
In Apeldoorn opereerde een verzetsgroep die later bekend werd als de groep van Geert Gosens. Deze groep stond bekend om haar durf. Soms werkte zij samen met de Binnenlandse Strijdkrachten, maar de mannen trokken ook geregeld hun eigen plan.
Op 6 maart 1945 kreeg de groep een tip. Bij een exportslachterij in Epe lag een grote partij varkensvlees klaar, ongeveer drie ton. Dat vlees was bestemd voor de Duitse troepen. In de hongerige maanden van 1945 was zo’n voorraad van enorme waarde.
Het plan was eenvoudig en riskant tegelijk. Men wilde een Wehrmacht-vrachtwagen buitmaken. Met zo’n wagen konden de mannen zich voordoen als Duits militair transport en de lading vlees ophalen. Tegelijk zou de vrachtwagen later ook gebruikt kunnen worden om wapens te vervoeren.
Fietsen waren in die tijd het belangrijkste vervoermiddel van het verzet, maar voor het transport van wapens waren ze langzaam en gevaarlijk. Een vrachtwagen zou een enorme verbetering zijn.
De mannen van de hinderlaag
De actie werd uitgevoerd door zes mannen. De leider was Geert Gosens, een Apeldoorner die bekendstond als een onverschrokken verzetsman. Naast hem namen onder anderen Henk de Weerd, Karel Pruis en Wim Kok deel aan de actie.
Ook waren er twee Oostenrijkse deserteurs bij de groep aangesloten: Sepp Köttinger en Herman Kempfner. Zij hadden eerder in de Waffen-SS gediend, maar waren overgelopen. Hun kennis van het Duits en van militaire gebruiken maakte hen waardevol voor het verzet.
In Duitse uniformen vertrokken de mannen die avond op de fiets vanuit Noord-Apeldoorn richting Woeste Hoeve, een afgelegen plek langs de Arnhemseweg.
Het was een strategische locatie. De weg tussen Arnhem en Apeldoorn was een belangrijke route voor Duits militair verkeer. In het donker konden voertuigen daar relatief eenvoudig worden aangehouden.
Wachten in het donker
De nacht was koud en stil. De mannen verscholen zich langs de weg en wachtten. Soms passeerde er een voertuig. Een personenauto bijvoorbeeld, of een wagen waarvan men aan het motorgeluid kon horen dat het geen vrachtwagen was. Die lieten ze doorrijden. Het doel was duidelijk: een militaire vrachtwagen.
De uren kropen voorbij. Toen, ergens rond half één in de nacht, hoorden de mannen een zwaar motorgeluid uit de richting Arnhem. In het donker klonk het als een zware motor. De mannen dachten dat eindelijk de vrachtwagen naderde waar ze op wachtten. Sepp Köttinger stapte naar voren en gaf met een lampje het stopsignaal.
De verkeerde auto
De wagen remde en kwam tot stilstand. Pas toen de koplampen dichterbij kwamen en de auto stilstond, werd duidelijk dat het helemaal geen vrachtwagen was. Het was een grote open BMW-cabriolet, grijsgroen van kleur.
In de auto zaten drie mannen. Voorin chauffeur Wilhelm Klotz. Naast hem zat Hanns Albin Rauter zelf. Achterin zat zijn adjudant, Untersturmführer Erwin Exner.
Rauter was die avond vanuit zijn hoofdkwartier in Didam via Zevenaar en Arnhem onderweg naar Apeldoorn. De SS-leider stond bekend om zijn strenge regels. Kort daarvoor had hij zelf bepaald dat nachtelijke wegcontroles alleen nog binnen de bebouwde kom mochten plaatsvinden. Toen hij dus midden in de nacht op een donkere Veluweweg werd aangehouden, moet hij onmiddellijk hebben begrepen dat hier iets niet klopte.
Het moment waarop alles ontspoorde
Wat er daarna gebeurde, speelde zich af in enkele chaotische seconden. Een van de Duitsers riep vanuit de auto: “Was ist denn los Mensch, wissen Sie denn nicht, wer wir sind?”
De spanning liep razendsnel op. Er werd naar wapens gegrepen. Toen begon het schieten.
Geert Gosens sprong op de motorkap van de BMW en vuurde met zijn pistool door de voorruit. Tegelijk namen andere verzetsmannen de wagen van verschillende kanten onder vuur.
Het vuurgevecht was kort maar hevig. Volgens latere tellingen werden meer dan tweehonderd schoten afgevuurd. De auto werd letterlijk doorzeefd met kogels.
Chauffeur Wilhelm Klotz en adjudant Erwin Exner werden vrijwel onmiddellijk dodelijk getroffen. Rauter zelf werd meerdere keren geraakt. Een kogel ging door zijn kaak, andere kogels troffen zijn borst, hand en been.
Doodstil tussen de doden
Toen de schoten ophielden, leek het alsof alle inzittenden dood waren. Maar Rauter leefde nog.
Zwaar gewond lag hij in de auto, omringd door bloed en glas. Hij hield zich stil en deed alsof hij dood was. De verzetsgroep had aan een kapotgeschoten BMW niets. Hun doel was een vrachtwagen. Bovendien naderde er opnieuw verkeer. Uit het zuiden kwam een Duitse vrachtwagen aanrijden. Die stopte kort bij de BMW, zag waarschijnlijk de ravage en reed vervolgens snel verder richting Beekbergen.
De verzetsmannen besloten te vertrekken. Ze trokken zich terug naar hun schuilplaats in de bossen bij Coldenhove, bij Eerbeek.
Een zwaargewonde SS-leider
Rauter bleef achter in de kapotgeschoten auto. Hij lag daar urenlang. Volgens latere verklaringen probeerde hij nog met zijn pistool aandacht te trekken toen voertuigen passeerden. Pas in de vroege ochtend van 7 maart 1945 werd de auto ontdekt door Duitse militairen.
Rauter werd naar het Reserve Kriegslazarett in Apeldoorn gebracht. Daar kreeg hij onmiddellijk bloedtransfusies. Zijn leven werd gered, maar hij bleef zwaar gewond.
De woede van de bezetter
Toen het Duitse gezag hoorde dat de hoogste SS- en politiechef in Nederland was beschoten, barstte de woede los. De bezetter besloot tot een van de zwaarste vergeldingsacties van de oorlog.
Op 8 maart 1945 werden 117 gevangenen naar Woeste Hoeve gebracht. Ze kwamen uit gevangenissen en kampen in onder meer Apeldoorn, Assen, Zwolle, Doetinchem en Colmschate.
Een vuurpeloton van de Grüne Polizei stelde zich op langs de weg. Daar, op de plek waar de BMW was beschoten, werden de mannen één voor één doodgeschoten. Hun lichamen werden langs de weg gelegd als afschrikwekkend voorbeeld.
Wraak in heel Nederland
De executies bij Woeste Hoeve waren slechts een deel van de vergelding. Op dezelfde dag werden ook op andere plaatsen gevangenen gefusilleerd.
53 mannen in Amsterdam bij Rozenoord
49 mannen in Kamp Amersfoort
38 mannen op de Waalsdorpervlakte bij Den Haag
6 mannen bij Fort de Bilt bij Utrecht
In totaal kostte de vergelding 263 mensen het leven.
Het was een van de grootste massamoorden op Nederlandse bodem tijdens de Tweede Wereldoorlog.
Slachtoffers
Onder de slachtoffers bij Woeste Hoeve bevonden zich onder anderen:
Nico Bergsteijn
Abraham du Bois
Marinus van den Born
Jan Braams
Henk Drost
Bernard van der Hoop
Jacob de Goede
Harmen Koopmans
Herman Leus
Czesław Oberdak
Michiel Ploeger
Harmanus Schipper
Koop Schra
Toon Slurink
Piet Smit
Bram Streefland
Jan Thijssen
Marius van der Veen
Piet van de Velde
Jan Vroom
Achter elke naam zat een leven dat abrupt werd beëindigd.
Het monument
Na de oorlog werd de plek van de executies een plaats van herinnering. Al in 1945 werd er een eenvoudig gedenkteken geplaatst. Later kwam er een houten kruis en een bronzen plaquette.
Sinds 1992 staat er het huidige Monument Woeste Hoeve, met daarop de namen van alle 117 slachtoffers. Het monument werd onthuld door de Gelderse commissaris van de Koningin, Jan Terlouw.
Ieder jaar op 8 maart worden hier de slachtoffers herdacht.



