Boer snuit zijn neus in een zakdoek
Loop vandaag over straat en je ziet het bijna nooit meer. Toch droeg vroeger vrijwel iedere man er één bij zich. Opgevouwen, netjes in de achterzak of in het borstzakje van een jas. Een stoffen zakdoek. Soms wit en eenvoudig, soms met een klein blauw randje of geborduurde initialen.
Voor veel mensen was het een vanzelfsprekend voorwerp. Net zo normaal als een portemonnee of sleutelbos. Maar achter dat kleine lapje stof schuilt een verrassend lange geschiedenis die teruggaat tot de oudheid.
De eerste zakdoeken in de oudheid
Lang voordat er papieren zakdoekjes bestonden, gebruikten mensen al stukjes stof om hun gezicht schoon te maken. In het oude Rome droegen welgestelde burgers een doekje dat men een sudarium noemde. Dat woord betekende letterlijk zweetdoek.
Romeinen namen het doekje mee naar markten, bijeenkomsten en zelfs naar het amfitheater. Wanneer het warm was of wanneer men moest niezen, werd het gebruikt om het gezicht af te vegen. De doekjes waren meestal van linnen en werden zorgvuldig gewassen en hergebruikt.
Een sudarium had soms zelfs een tweede functie. In grote stadions zwaaiden mensen ermee om hun enthousiasme te tonen bij wedstrijden of spektakels.
Van gebruiksvoorwerp naar statussymbool
In de middeleeuwen kreeg de zakdoek een andere betekenis. Hij werd niet alleen gebruikt, maar ook gezien. Wie een mooie zakdoek had, liet daarmee zien dat hij geld en status had.
Fijn linnen was kostbaar en niet iedereen kon zich dat veroorloven. Rijke families lieten hun zakdoeken versieren met borduurwerk, familiewapens of initialen. Ze waren soms zo mooi dat ze nauwelijks werden gebruikt.
Aan Europese hoven werd de zakdoek zelfs onderdeel van de etiquette. In de zestiende eeuw stond het hof van koningin Elizabeth I bekend om zijn luxueuze kleding en accessoires. Edelen droegen rijk versierde zakdoeken die met parfum waren besprenkeld.
Een nette heer hoorde een zakdoek bij zich te hebben. Niet alleen voor zichzelf, maar ook om galant te zijn. Als een dame moest huilen of haar handen wilde afvegen, kon een heer haar zijn zakdoek aanbieden.
Liefde, hoffelijkheid en kleine rituelen
De zakdoek kreeg ook een romantische betekenis. In verhalen en toneelstukken uit vroegere eeuwen komt vaak het moment voor waarop een vrouw haar zakdoek laat vallen. Een man raapt hem op en zo begint een gesprek.
In riddertoernooien speelde de zakdoek soms een symbolische rol. Een dame kon haar zakdoek aan een ridder geven als teken van steun of bewondering. De ridder droeg hem dan zichtbaar tijdens het toernooi.
Ook bij afscheid hoorde de zakdoek. Wie ooit oude foto’s of films heeft gezien van een vertrek per trein, herkent het beeld meteen. Mensen op het perron die met witte zakdoeken zwaaien terwijl de trein langzaam vertrekt. Het was een eenvoudig maar ontroerend gebaar.
De zakdoek in het dagelijks leven
In de negentiende en twintigste eeuw werd de zakdoek een alledaags gebruiksvoorwerp. Door de opkomst van katoen en massaproductie kon vrijwel iedereen er een kopen.
Veel mannen hadden er standaard meerdere. Een nette zakdoek voor bezoek of formele gelegenheden en een andere voor dagelijks gebruik. Vaak werden ze thuis gewassen en weer opgevouwen.
Ouders en zelfs scholen leerden kinderen dat het netjes was om een zakdoek bij je te dragen. Niezen in je mouw werd als onbeleefd gezien. Een zakdoek hoorde bij goede manieren.
De zakdoek had nog een andere rol. Bij begrafenissen of verdrietige momenten werd hij gebruikt om tranen weg te vegen. Het beeld van iemand met een zakdoek tegen de ogen was eeuwenlang een bekend teken van rouw of emotie.
Wanneer de zakdoek uit de mode raakt
Toch begon de stoffen zakdoek langzaam uit het straatbeeld te verdwijnen. Dat gebeurde vooral in de twintigste eeuw.
In de jaren twintig kwamen de eerste papieren zakdoekjes op de markt. Ze werden gepresenteerd als hygiënischer en praktischer. In plaats van een natte zakdoek terug in je broekzak te stoppen, kon je een papieren exemplaar na gebruik weggooien.
Artsen begonnen ook te waarschuwen dat bacteriën zich in stoffen zakdoeken konden ophopen. Zeker tijdens griep of verkoudheid werd het idee van wegwerpzakdoekjes steeds aantrekkelijker.
Na de Tweede Wereldoorlog werden papieren tissues goedkoop en overal verkrijgbaar. Langzaam verdwenen de stoffen zakdoeken uit de broekzakken van mensen.
De zakdoek leeft nog een beetje voort
Helemaal verdwenen is hij niet. In nette kleding zie je hem nog steeds terug als pochet. Dat is het kleine sierdoekje dat uit het borstzakje van een colbert steekt.
Het verschil is dat dit doekje bijna nooit wordt gebruikt. Het is puur bedoeld als stijlvol detail.
Af en toe zie je nog iemand van een oudere generatie die een echte stoffen zakdoek bij zich draagt. Voor hen is het een gewoonte uit een andere tijd. Een tijd waarin spullen niet werden weggegooid, maar telkens opnieuw werden gebruikt.




