Spelen met een jojo
Begin jaren dertig gebeurde er iets bijzonders in Europa. Een klein houten speeltje met een touwtje zorgde plotseling voor een enorme rage. De jojo, ogenschijnlijk eenvoudig, werd in korte tijd een van de populairste speeltjes van het moment.
In grote steden zoals Parijs werd erover gesproken alsof het een nieuwe mode was. Winkels konden de vraag nauwelijks bijhouden en fabrikanten draaiden dag en nacht om genoeg exemplaren te produceren. Het bijzondere was dat niet alleen kinderen ermee speelden. Ook volwassenen lieten zich verleiden om het eens te proberen. Wie eenmaal begon, wilde al snel een trucje beter kunnen dan de ander.
Een speeltje met een verrassend oude oorsprong
Hoewel de jojo in de jaren dertig modern leek, gaat het idee veel verder terug in de tijd. In het oude Griekenland speelden kinderen al met ronde schijfjes aan een touw. Op keramiek uit die tijd zijn afbeeldingen te zien van jongeren die een soortgelijk speelgoed gebruiken.
De naam “jojo” werd pas in de twintigste eeuw wereldwijd bekend. Die populariteit kwam grotendeels door Pedro Flores, een Filipijnse immigrant in de Verenigde Staten. Hij begon rond 1928 met het produceren van jojo’s en organiseerde demonstraties waarin hij liet zien wat er allemaal mogelijk was met het kleine speeltje.
Zijn aanpak werkte. Het publiek stond versteld van de trucjes die hij uitvoerde en wilde het zelf ook proberen. Een Amerikaanse ondernemer zag de commerciële mogelijkheden en bracht de jojo daarna op grote schaal op de markt. Vanaf dat moment verspreidde het speeltje zich razendsnel over de wereld.
Nederland krijgt de jojo-koorts
Ook in Nederland sloeg de rage snel aan. Fabrieken kregen enorme bestellingen en toch waren de jojo’s vaak binnen korte tijd uitverkocht. Winkeliers konden nauwelijks bijhouden hoeveel er werden verkocht.
Kinderen oefenden urenlang om het speeltje soepel naar beneden te laten rollen en weer omhoog te laten komen. Sommigen ontdekten dat je het onderaan het touw kon laten draaien voordat het terugkeerde naar je hand. Dat werd al snel een van de populairste trucjes.
Op straat ontstonden kleine wedstrijden. Wie kon het langst doorgaan zonder dat het touw in de knoop raakte? Wie kende het spectaculairste trucje? Het eenvoudige speelgoed bracht overal enthousiasme.
Een bijzonder moment op de Kerklaan
In september 1932 werd de jojo ook in Apeldoorn voor het eerst opgemerkt. Op de Kerklaan liep een meisje met een touwtje strak in haar hand. Het houten schijfje gleed soepel naar beneden en kwam weer omhoog.
Voorbijgangers bleven nieuwsgierig staan kijken. Sommigen begrepen niet direct hoe het werkte. Anderen lachten en probeerden te raden hoe het mechanisme in elkaar zat.
Van nieuwsgierigheid naar enthousiasme
Binnen korte tijd verschenen op verschillende plekken in de stad kinderen met hetzelfde speeltje. Op schoolpleinen werd druk geoefend en in parken verzamelden groepjes jongeren die elkaar trucjes lieten zien.
Het zachte tikken van de jojo op straatstenen was ineens een vertrouwd geluid. Soms vloog het speeltje per ongeluk weg en moest het weer worden opgehaald. Dat hoorde erbij.
Het plezier zat niet alleen in het spelen zelf, maar ook in het ontdekken van nieuwe bewegingen en het verbeteren van je techniek.




