Rijksdaalders ter illustratie
In het voorjaar van 1932 gebeurde er in Apeldoorn iets wat de tongen losmaakte bij winkeliers en caféhouders. Hier en daar dook een rijksdaalder op die er op het eerste gezicht volkomen echt uitzag, maar bij nader inzien toch niet klopte. Het zilver glansde net iets anders, het gewicht voelde vreemd aan en sommige details waren te grof. Al snel werd duidelijk dat er valse munten in omloop waren.
Voor een dorp als Apeldoorn, dat in die tijd nog een hechte gemeenschap was waar men elkaar kende, was dat groot nieuws. Winkeliers waarschuwden elkaar en de politie begon een onderzoek. Het spoor leidde verrassend snel naar iemand die geen onbekende was in de plaats: de 37-jarige Lambertus Capelle.
Een smidszoon uit Apeldoorn
Lambertus Capelle was geboren en opgegroeid in Apeldoorn. Zijn vader, Lammert Capelle, werkte als smid en leerde zijn zoon al op jonge leeftijd het vak. In de werkplaats leerde Lambertus omgaan met vuur, ijzer en gereedschap. Hij leerde hoe metaal zich gedraagt onder hitte en druk, hoe je iets precies vormt en hoe een goede slag met de hamer het verschil kan maken tussen mislukking en vakwerk.
Het was eerlijk werk, maar ook zwaar werk en in die jaren niet bijzonder winstgevend. Nederland verkeerde begin jaren dertig midden in een economische crisis. Werk was schaars en voor veel arbeiders was het dagelijks bestaan onzeker.
Capelle probeerde het daarom buiten Apeldoorn. Hij vertrok naar Amsterdam en later naar Rotterdam, in de hoop daar betere kansen te vinden. Maar ook in de grote steden was het leven hard. Vast werk vond hij niet. Uiteindelijk keerde hij terug naar zijn geboortedorp, waar hij als losarbeider hier en daar wat werk aannam.
Acht valse rijksdaalders
In die omstandigheden nam Capelle een besluit dat zijn leven een andere wending zou geven. Met de kennis die hij als smid had opgedaan, besloot hij zelf munten te maken. Geen sieraden of gereedschap, maar rijksdaalders.
De rijksdaalder was destijds een aanzienlijke munt, goed voor tweeënhalve gulden. Voor veel arbeiders betekende dat een flink bedrag. Capelle maakte gebruik van eenvoudige middelen. Met stempels, ponsen en zijn vakmanschap wist hij munten te slaan die op het eerste gezicht overtuigend leken.
Twee van die munten kwamen in Apeldoorn in omloop. Zodra winkeliers begonnen te twijfelen aan hun echtheid en de politie onderzoek deed, werd het Capelle te heet onder de voeten. Nog voordat het onderzoek in zijn woonplaats was afgerond, vertrok hij met zijn vrouw en kind naar Amsterdam. In de drukte van de grote stad hoopte hij onopvallend te kunnen verdwijnen.
Een misstap in Amsterdam
In Amsterdam leek het plan even te slagen. De stad was groot en anoniem, en niemand kende hem daar. Maar het noodlot sloeg toe in een ogenschijnlijk alledaagse situatie.
In een sigarenwinkel aan de Zeeburgerdijk probeerde Capelle te betalen met een van zijn valse rijksdaalders. De winkelier vertrouwde het niet en schakelde de politie in. Capelle werd aangehouden en het onderzoek dat volgde maakte snel duidelijk wat er aan de hand was.
Bij een huiszoeking in zijn woning in de Indische Buurt vonden agenten de bewijzen. Stempels, ponsen en half afgewerkte munten lagen er nog. Het gereedschap waarmee de rijksdaalders waren gemaakt, lag letterlijk binnen handbereik.
Volgens zijn verklaring had hij geen andere uitweg meer gezien. Werk was er niet, hulp evenmin, en thuis wachtte een gezin dat hij moest onderhouden.
Voor de rechter
Op 22 maart 1932 moest Lambertus Capelle zich verantwoorden voor de vierde kamer van de rechtbank in Amsterdam. De zaak trok belangstelling, mede omdat het ging om een man met een ambachtelijke achtergrond die zijn vaardigheden had gebruikt voor vervalsing.
De officier van justitie sprak duidelijke woorden. Juist iemand die verstand had van metaalbewerking had moeten beseffen hoe ernstig het was om munten na te maken. Hij eiste een gevangenisstraf van anderhalf jaar.
De verdediging probeerde een ander beeld te schetsen. Capelle was geen beroepscrimineel, maar een man die door armoede en wanhoop verkeerde keuzes had gemaakt. Zijn leven bestond uit tijdelijk werk, verhuizingen en financiële onzekerheid.
De rechtbank erkende de moeilijke omstandigheden, maar achtte de feiten bewezen en Capelle volledig verantwoordelijk voor zijn daden. De straf volgde.
Een zaak die Apeldoorn bezighield
Het verhaal kreeg aandacht in verschillende kranten. Niet alleen de misdaad werd beschreven, maar ook de situatie van het gezin dat achterbleef. Dat raakte veel mensen.
Er kwamen initiatieven om de vrouw en het kind van Capelle te helpen. Particulieren stuurden geld en voedsel en zelfs vanuit politiezijde werd geprobeerd om de eerste nood te verlichten. Het was een kleine gemeenschap waarin men ondanks alles medeleven voelde.




