Herdenking van Jan van Bijnen
Op dinsdag 28 november 1944 lag Apeldoorn onder een dunne, bleke winterlucht. In de nacht had het licht gevroren. Op daken, hekken en kale takken lag een witte rand rijp die in het zwakke ochtendlicht glansde. Het was de laatste oorlogswinter. Brandstof was schaars, voedsel werd steeds moeilijker te krijgen en in de stad liepen Duitse militairen en patrouilles zichtbaar rond. De oorlog was overal voelbaar.
Vanuit het westen reed die ochtend een donkere personenauto Apeldoorn binnen. Het voertuig viel nauwelijks op tussen de schaarse voertuigen die nog reden. Achter het stuur zat Huibert Verschoor. Hij was een ervaren verzetsman en wist hoe je je moest gedragen bij controles. Rustig rijden, niet te snel kijken, niet te langzaam ook. Naast hem zat Jan van Bijnen, in het verzet beter bekend onder zijn schuilnaam Frank. Achterin zat Samuel Esmeijer.
Van Bijnen was op dat moment een van de belangrijkste sabotageleiders van het Nederlandse verzet. Hij was 34 jaar oud en geboren in ’s-Hertogenbosch. Als landelijk sabotagecommandant van de Knokploegen was hij betrokken bij talloze acties tegen de Duitse bezetter. Het waren operaties die snel en precies moesten verlopen, vaak uitgevoerd door kleine groepen mannen die elkaar blind vertrouwden.
Samuel Esmeijer was pas 23 jaar oud en afkomstig uit Rotterdam. Hij was van oorsprong politieman. Tijdens de oorlog was hij in het verzet terechtgekomen en had hij naam gemaakt door zijn koelbloedigheid en scherpe observatievermogen. In verzetskringen werd met bewondering gesproken over een actie waarbij hij had geholpen tientallen gevangenen uit een politiebureau in Rotterdam te bevrijden. Hij stond bekend als iemand die tijdens een verkenning precies kon berekenen hoeveel stappen een wacht liep en hoeveel seconden er tussen twee patrouilles zaten.
De mannen in de auto spraken nauwelijks. Het plan was al besproken. Iedereen wist wat er moest gebeuren.
De aanleiding voor de verkenning
Kort daarvoor was in Utrecht een belangrijke verzetsbijeenkomst verraden. Duitse veiligheidsdiensten hadden een aantal kopstukken van het verzet gearresteerd. Sommigen droegen documenten bij zich. Anderen kenden namen, adressen en contacten uit hun hoofd. Die informatie was voor de bezetter van grote waarde.
De arrestanten waren overgebracht naar de Koning Willem III-kazerne in Apeldoorn. Dit was een groot militair terrein aan de rand van het Orderbos, omringd door hekken, wachttorens en prikkeldraad. Duitse troepen hadden het terrein zwaar bewaakt.
Het verzet wist dat een bevrijdingsactie alleen kans van slagen had als de situatie rond de kazerne precies in kaart werd gebracht. Daarom waren Van Bijnen en Esmeijer naar Apeldoorn gekomen. Hun taak was een verkenning uitvoeren en zwakke plekken ontdekken. Waar liepen de wachten? Hoe vaak wisselden de patrouilles? Waar zaten doorgangen of blinde hoeken?
Huibert Verschoor zette de auto neer in de buurt van de sportvelden van AGOVV. Daar konden de twee mannen onopvallend uitstappen. Het gebied rond de kazerne was door de Duitsers tot Sperrgebiet verklaard. Dat betekende dat burgers er eigenlijk niets te zoeken hadden.
De afspraak was duidelijk. Ze zouden zonder wapens gaan. Als ze werden aangehouden, konden ze zich voordoen als gewone burgers die per ongeluk te dicht bij het terrein waren gekomen.
Van Bijnen hield zich aan die afspraak. Samuel Esmeijer nam toch een pistool mee. Niet uit bravoure, maar als laatste redmiddel. Je weet maar nooit…
Langs het prikkeldraad
De twee mannen liepen via de Asselsestraat de Frankenlaan in. De omgeving zag er anders uit dan voor de oorlog. Veel huizen waren gevorderd voor de inkwartiering van Duitse soldaten. Achter sommige ramen brandde licht. Er klonk gelach of het gerinkel van metalen bekers.
Aan de rand van een veld lagen Duitse soldaten in de rijp. Hun geweren lagen naast hen, de helmen op armlengte afstand. Sommigen rustten uit, anderen hielden de omgeving in de gaten.
Verderop begon het terrein van de kazerne. Struiken, prikkeldraad en houten hekken vormden de eerste verdedigingslijn. Daarachter lagen barakken en het kazerneplein.
Van Bijnen observeerde de wachtroutes. Hij keek hoe een patrouille liep, hoe lang de route duurde en waar de soldaten keerden. Hij telde het ritme van hun stappen en probeerde patronen te herkennen.
Esmeijer keek anders. Hij zocht naar kleine openingen. Een plek waar het prikkeldraad lager hing. Een donkere strook langs een struik. Een moment waarop een wacht net uit zicht was. Ze wilden niet dichterbij komen dan nodig was.
Het onverwachte moment
Vanuit de richting van de kazernepoort kwam een Duitse officier aanfietsen. Zijn winterjas was dichtgeknoopt en zijn laarzen glommen. Hij keek strak naar de twee mannen en remde vlak bij hen. Hij riep kort en scherp dat ze hun papieren moesten laten zien.
Van Bijnen probeerde kalm te blijven. Hij stond rechtop en nam de houding aan van een burger die niets te verbergen had, maar de officier vertrouwde het niet. Hij wenkte een soldaat die zich snel door het prikkeldraad werkte en dichterbij kwam.
In dat moment besloot Samuel Esmeijer zijn pistool te trekken. Het metaal voelde koud in zijn hand. Hij haalde de trekker over, maar het wapen weigerde.
De officier riep direct bevelen. De soldaat greep in en in de verte kwam al een tweede patrouille aanrennen. Van Bijnen liet zijn papieren vallen en zette het op een lopen richting het struikgewas. Esmeijer rende met hem mee. Schoten klonken over het veld.
De vlucht
Van Bijnen verloor in de haast het pad en rende het dichte struikgewas in. Takken sloegen tegen zijn gezicht en scheurden zijn huid open. Achter hem hoorde hij soldaten schreeuwen.
Esmeijer koos een andere richting. Hij sprintte naar rechts, richting een zandwal bij het sportveld. Daar liep ook prikkeldraad. Een eerste kogel miste. Een tweede sloeg in het zand. De derde trof hem. Samuel Esmeijer stortte neer.
Van Bijnen kwam vast te zitten in het prikkeldraad. Soldaten trokken hem eruit en fouilleerden hem. In zijn jas vonden ze een dubbelgevouwen stuk papier. Het was een plattegrond van de kazerne. De verkenning was mislukt.
De laatste uren van Frank van Bijnen
Van Bijnen was zwaar gewond geraakt tijdens de vlucht. Duitse militairen brachten hem naar het Kriegslazarett aan de Deventerstraat, gevestigd in de gebouwen van de Sint Josephstichting.
Binnen rook het naar ontsmettingsmiddel en zeep. Artsen behandelden hem, maar de verwondingen waren ernstig. Zijn kleding was doorweekt van bloed.
Ondanks zijn toestand gaf hij niets prijs dat andere verzetsmensen in gevaar kon brengen. Hij sprak weinig en hield zijn kennis voor zich. Niet lang daarna overleed hij aan zijn verwondingen.
Het lot van Samuel Esmeijer
Samuel Esmeijer bleef achter op de plek waar hij was neergeschoten. Duitse soldaten begroeven hem aanvankelijk in de buurt van het incident. In die chaotische oorlogsdagen gebeurde dat vaker.
Na de oorlog werd zijn lichaam opgegraven en herbegraven op de Nieuwe Algemene Begraafplaats in Driebergen.
De nasleep bij de kazerne
Met de gevonden plattegrond in handen versterkten de Duitsers onmiddellijk de beveiliging van de kazerne. Wachtroutes werden aangepast en controleposten uitgebreid.
Voor de verzetsmensen die eerder in Utrecht waren gearresteerd, betekende de mislukte verkenning een zware klap. Hun kans op bevrijding was vrijwel verdwenen.
Niet lang daarna werden op het terrein van de kazerne executies uitgevoerd. Onder de slachtoffers bevonden zich een Amerikaanse piloot en dertien verzetsmensen. De salvo’s van de geweerschoten galmden door het Orderbos en weerkaatsten tussen de bomen.
Herinnering aan moed
Tegenwoordig is de omgeving rond de Sportlaan een rustige plek. Sporters rennen langs de velden, fietsers rijden door het groen en honden worden uitgelaten in het bos.
Weinig mensen beseffen dat op deze plek in november 1944 een dramatische verzetsactie plaatsvond.
De namen van Jan van Bijnen en Samuel Esmeijer blijven verbonden met dat moment. Hun poging om gevangen kameraden te redden mislukte, maar hun moed werd niet vergeten.
Op 31 augustus 1985 kreeg een deel van de voormalige Koning Willem III-kazerne een nieuwe naam. Het terrein werd vernoemd tot de Frank van Bijnenkazerne.



