Nieuwstraat Apeldoorn, 1965
In het hart van Apeldoorn, aan de Nieuwstraat, staat een pand dat op het eerste gezicht niet bijzonder lijkt. Toch schuilt achter de gevel van nummer 52 een geschiedenis die teruggaat tot het midden van de negentiende eeuw. Het huis werd rond 1853 gebouwd, in een periode waarin Apeldoorn nog vooral een dorp was, omringd door heidevelden en bossen. De straat maakte deel uit van het groeiende centrum, waar ambachtslieden, kleine ondernemers en winkeliers hun bestaan opbouwden.
Met een woonoppervlakte van ongeveer 124 vierkante meter en een perceel van 271 vierkante meter heeft het pand generaties bewoners gekend. Elk van hen liet sporen achter. Hun verhalen vertellen niet alleen iets over één huis, maar ook over de ontwikkeling van Apeldoorn zelf.
De schilder van kerken en fabrieken
De eerste bekende bewoner van het huis was huisschilder Egbert Eikendal. Hij woonde er met zijn vrouw Hendrika Meilink en hun zes kinderen. In die tijd stond het pand bekend als Nieuwstraat A 98, volgens het oude nummeringssysteem dat destijds werd gebruikt.
Eikendal was een vakman met een sterke reputatie. In een tijd waarin schilderwerk nog volledig met de hand gebeurde en veel kennis van materialen vereiste, stond hij bekend om zijn precisie. Hij werkte niet alleen voor particuliere huizen, maar kreeg ook opdrachten van kerken en grote bedrijven.
Zo schilderde hij onder meer delen van de Hervormde Kerk en de Gereformeerde Kerk in Apeldoorn. Daarnaast werkte hij voor de invloedrijke familie Ankersmit en voor de papierfabriek van Gerrit Dijkgraaf, een onderneming die een belangrijke rol speelde in de lokale economie.
Een gebeurtenis uit 1873 maakte de familie plotseling onderwerp van gesprek in het dorp. Op 1 oktober trok een hevig onweer over Apeldoorn. Terwijl het gezin Eikendal aan tafel zat, sloeg de bliksem in hun woning. De klap was zo krachtig dat de gasmeterkast opensprong en de kamer zich vulde met zwaveldampen. Wonder boven wonder bleef iedereen ongedeerd. Het voorval werd zelfs in de krant vermeld.
Eikendal was ook ondernemend. In 1888 werd hij medeoprichter van de Apeldoornsche Bouwmaatschappij, een collectief van lokale ambachtslieden die samen vastgoedprojecten ontwikkelden. Zowel hij als zijn zoon Gerrit investeerden in huizen aan onder meer de Kerklaan en de Paslaan.
Zijn welvaart was zichtbaar. Hij bezat een eigen rijtuig, wat destijds een duidelijk teken van succes was. Toch bleef hij het schilderambacht trouw.
In 1888 verhuisde het gezin naar de Deventerstraat. Het huis aan de Nieuwstraat bleef in zijn bezit en werd verhuurd.
Het naaiatelier van de zussen Spronk
Na het vertrek van de familie Eikendal vestigden de Groningse zussen Annetta en Maria Spronk zich in het pand. Zij begonnen er een kostuumnaaiatelier.
In de negentiende eeuw was het uitzonderlijk dat vrouwen zelfstandig een onderneming runden. Toch wisten de zussen een succesvolle zaak op te bouwen. Ze maakten japonnen en kleding voor Apeldoornse dames.
Hun atelier stond bekend om verzorgd werk en stipte levering. Daarnaast namen ze jonge meisjes uit de buurt in de leer. Voor veel van hen was het atelier een kans om een vak te leren.
Kleding werd destijds vrijwel altijd op maat gemaakt. Een japon van de zussen Spronk was daarom voor veel Apeldoornse dames een statussymbool.
Muziek in huis
Vanaf 1891 kreeg het pand een nieuwe sfeer toen dirigent en pianoleraar Hendrik, vaak Henri genoemd, Stokkhuijzen zich er vestigde met zijn vrouw Paulina van der Jagt.
Hij leidde het Apeldoorns Mannenkoor en gaf pianoles aan inwoners uit de middenklasse. Muzieklessen waren in die tijd een belangrijk onderdeel van opvoeding en cultuur.
Het huis aan de Nieuwstraat werd daardoor een plek waar regelmatig muziek klonk. Familieleden trokken er eveneens in, waardoor het pand uitgroeide tot een klein familiecentrum.
De fotograaf van Apeldoorn
Een van de zonen van het gezin, Adriaan Stokhuijzen, koos een ander pad. Hij werd fotograaf.
In 1926 bouwde hij een fotografisch atelier in de achtertuin van het huis. Daar maakte hij portretten, familiefoto’s en beelden van het dagelijks leven in Apeldoorn.
Zijn werk werd steeds bekender. Uiteindelijk kreeg hij zelfs opdrachten op Paleis Het Loo. Daar fotografeerde hij onder meer prinses Juliana rond haar achttiende verjaardag. Zijn foto’s werden als ansichtkaart door heel Nederland verspreid.
Zijn fotohandel groeide uit tot een begrip in de stad.
Oorlogsjaren en de familie Pijpeman
Tijdens de Tweede Wereldoorlog vestigde de Joodse familie Pijpeman zich in het pand. Na het bombardement op Rotterdam in mei 1940 vluchtte het gezin naar Apeldoorn.
Levie Pijpeman, zijn vrouw Aaltje Coster en hun kinderen begonnen in het huis een dames en herenkleermakerij. Het leek alsof ze een nieuw bestaan konden opbouwen.
Maar de oorlog maakte daar een einde aan. In oktober 1942 werd het gezin opgepakt en naar Westerbork gebracht. Later volgden deportaties naar Theresienstadt en Auschwitz.
Op 6 oktober 1944 werden Levie, Aaltje en hun zonen daar vermoord.
De familie Ackema
Een nieuw hoofdstuk in de geschiedenis van het pand begon met de komst van de familie Ackema.
De wortels van dit verhaal liggen in Amsterdam. De vader van de broers Christiaan en Karel Ackema had daar een kapperszaak aan het Oudekerksplein. In deze zaak leerden de jongens al jong het vak. Christiaan werkte er als barbier en hielp zijn vader bij het scheren en knippen van klanten.
In 1892, toen Christiaan twintig jaar oud was, moest hij zijn dienstplicht vervullen. Na zijn militaire dienst keerde hij terug naar Amsterdam. Hij werkte korte tijd in een chocoladefabriek, maar het werk tussen de machines beviel hem niet.
Ondertussen had zijn jongere broer Karel een andere richting gekozen. In 1902 begon hij een eigen tandtechnische praktijk aan de Peterstraat 77 in Zaandam. Hij was in zijn vak opvallend vooruitstrevend. Klanten konden bij hem kunsttanden drie maanden lang uitproberen. Als ze niet bevielen kregen ze hun geld terug, een ongebruikelijke garantie in die tijd.
Christiaan besloot zich bij zijn broer aan te sluiten. In Zaandam leerde hij het vak van tandtechnicus. Het maken van kunstgebitten was destijds nog grotendeels handwerk en vereiste veel precisie.
Op 24 april 1903 trouwde Christiaan met Maria Hooijbergh. Vijf jaar later werd hun zoon Christiaan geboren.
Met de komst van zijn gezin moest hij op zoek naar een stabieler inkomen. Hij werkte korte tijd als badknecht in een badhuis, maar ook dat werk beviel hem niet. Uiteindelijk keerde hij terug naar het vak van tandtechniek en ging hij opnieuw samenwerken met zijn broer.
In 1916 vestigden de broers zich aan de Vinkestraat 8 in Zaandam. Daar begonnen zij samen een praktijk onder de naam Tandheelkundige Inrichting K & C Ackema.
Een jaar later breidden ze hun activiteiten uit naar Apeldoorn. Onder dezelfde naam werd ook daar een praktijk geopend. Karel werkte in Apeldoorn, terwijl Christiaan de praktijk in Zaandam runde.
Een eigen weg
In 1928 besloten de broers ieder hun eigen weg te gaan. Christiaan begon een zelfstandige praktijk aan de Vinkestraat 8 in Zaandam.
Het leek hem voor de wind te gaan. Zijn zoon Chris werkte inmiddels ook in het bedrijf en leerde het vak van zijn vader.
Maar het geluk duurde niet lang. Christiaan werd ernstig ziek. Op 10 juni 1933 overleed hij op 59 jarige leeftijd in zijn woning.
De tweede generatie Ackema
Na zijn overlijden nam zijn zoon Chris Ackema het bedrijf over. Hij was inmiddels getrouwd en besloot de praktijk voort te zetten.
De praktijk werd verplaatst naar een pand aan de Molleruslaan in Apeldoorn. Tegelijkertijd bleef het pand aan de Vinkestraat in Zaandam nog enige tijd als tweede praktijk in gebruik.
Later verhuisde de praktijk naar een pand aan de Kanaalweg 37 in Den Helder. Daar bouwde Chris opnieuw een klantenkring op. In 1936 verhuisde het gezin naar de Loosgracht 7 in Den Helder.
Ondertussen bleef er in Apeldoorn een praktijk bestaan aan de Molleruslaan. Het bedrijf werd steeds professioneler. Er kwam een eigen telefoonnummer en er werd samengewerkt met tandarts dokter Keuller.
Naar IJmuiden en terug naar Apeldoorn
Tijdens de oorlog verhuisde het gezin naar IJmuiden. Daar begon Chris een praktijk aan de Wijk aan Zeeërweg 106, naast magazijn De Ooievaar.
In november 1942 kwam er een nieuwe kans. In Apeldoorn stond een geschikt pand te koop aan de Nieuwstraat.
Chris besloot het pand te kopen en zijn praktijk opnieuw naar Apeldoorn te verplaatsen. Zo werd Nieuwstraat 52 het nieuwe centrum van de tandtechnische praktijk van de familie Ackema.
Ackema: een begrip in Apeldoorn
Langzaam maar zeker groeide de naam Ackema uit tot een begrip in Apeldoorn. In de jaren na de vestiging aan de Nieuwstraat wist de tandtechnische praktijk een enorme bekendheid op te bouwen. Wie problemen had met een kunstgebit, een reparatie nodig had of een nieuw gebit wilde laten maken, wist de weg naar Nieuwstraat 52 te vinden. Het vak van tandtechnicus was in die tijd nog grotendeels handwerk. Elk gebit werd met de hand opgebouwd, aangepast en gepolijst, waarbij ervaring en precisie het verschil maakten. Juist daarin lag de kracht van Ackema.
De praktijk werd niet alleen een werkplaats, maar ook een plek waar generaties Apeldoorners over de vloer kwamen. Mond-tot-mondreclame deed de rest. Wie eenmaal geholpen was, stuurde familie en kennissen door. Zo groeide de naam Ackema uit tot een vertrouwd adres in de stad.
Na verloop van tijd nam zijn zoon, die net als zijn vader Chris heette, het bedrijf over. Hij bouwde verder op het fundament dat zijn vader had gelegd. Met dezelfde toewijding voor het vak en dezelfde nauwkeurigheid wist hij de praktijk nog verder te laten groeien. In Apeldoorn werd de naam Ackema synoniem voor vakmanschap in tandtechniek.
De geschiedenis herhaalde zich opnieuw toen ook de volgende generatie zich meldde. Ook hij kreeg de naam Chris. Daarmee werd de praktijk een zeldzaam voorbeeld van een familiebedrijf dat al drie generaties lang op dezelfde plek actief is.
Vandaag de dag werken vader en zoon nog steeds samen in de praktijk aan de Nieuwstraat. Dagelijks worden er gebitten gemaakt, aangepast en gerepareerd, vaak nog met technieken die al generaties lang binnen de familie worden doorgegeven. Daarmee leeft in dit pand niet alleen een geschiedenis van ruim anderhalve eeuw voort, maar ook een ambacht dat van vader op zoon is overgedragen.
Nieuwstraat 52 is daardoor meer dan alleen een adres. Het is een plek waar vakmanschap, familiegeschiedenis en Apeldoornse traditie samenkomen. En waar, net als ruim tachtig jaar geleden, nog altijd mensen binnenlopen met dezelfde vraag: of Ackema even naar hun gebit wil kijken.

